Zoeken naar
 
 
 

Deskundigenoordeel; het UWV draalt; wat te doen?


De rechtsmiddelen om die termijnen af te dwingen zijn beperkt. Net als het feit dat het oordeel van het UWV niet openstaat voor bezwaar en beroep en de zorgvuldige totstandkoming dus niet aan de bestuursrechter voorgelegd kan worden, staan ook bij het niet nakomen van de wettelijke termijnen, de betrokken partijen met lege handen. Zie ook de hieronder aangehaalde jurisprudentie. Prof. mr. Heerma van Voss heeft over het onderwerp een artikel over geschreven; behoorlijkheid van het Deskundigenoordeel van het UWV.

 

De praktijk wijst uit dat die termijn van twee weken zelden gehaald wordt. Werkgevers, werknemers en bedrijfsartsen voelen zich vaak machteloos wanneer een deskundigenoordeel op zich laat wachten. Wanneer de verhouding tussen de werkgever en werknemer niet zo goed zijn kan het bijdragen aan het verscherpen van de tegenstelling. Het kan partijen ook financieel schaden.

           

Ondanks dat er geen beroepsmogelijkheden zijn, dient het UWV zich te houden aan

de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, niet voortvloeiend uit de AWB, want die is wat dit onderwerp betreft niet van toepassing, maar als ongeschreven rechtsbeginselen. Op basis van het zorgvuldigheidsbeginsel dient het UWV een besluit zorgvuldig voor te bereiden en te nemen; correcte behandeling van de werkgever en werknemer, zorgvuldig onderzoek naar de feiten en belangen, een deugdelijke besluitvorming, dat soort zaken. Op basis van het rechtszekerheidsbeginsel dient het UWV zijn besluiten zo te formuleren dat de betrokken partijen precies weten waar ze aan toe zijn. Bovendien moet het UWV de geldende rechtsregels juist en consequent toepassen. Ze kunnen dus niet volledig hun eigen regels stellen.

 

Interne klachten  bij het UWV, snel in te dienen via een klachtenformulier, zie kader, en een beroep op de Nationale ombudsman met een uitdrukkelijke verwijzing naar deze beginselen, kunnen trage afhandeling van het Deskundigenoordeel onder druk zetten. Werkgever en werknemer kunnen samen klagen, maar ook ieder afzonderlijk. Als het kan is het goed dat in onderling overleg te doen. Als door meerdere werkgevers en werknemers, aan het UWV na twee weken om een beslissing wordt gevraagd, er meteen een datum wordt geëist waarop de beslissing genomen zal worden, een klacht bij het UWV wordt ingediend bij overschrijding van de termijn en afspraken, zij daar achteraan blijven schrijven, en dit probleem vaker onder de aandacht van de Nationale ombudsman brengen, zal het ontbreken van een goede wettelijke regeling/procedure mogelijk worden opgelost. Als een verwijtbare trage afhandeling door het UWV tot financiële schade leidt zou die op het UWV misschien verhaald kunnen worden. Dat zal vanwege de kosten van het ook nog niet bindende oordeel niet zo snel gebeuren. Aan de andere kant is het niet verkeerd het UWV mede te delen wat de schade van de werkgever is/kan zijn bij het uitblijven van een beslissing en hen daar aansprakelijk voor houden. Het zal hen bewust maken van de consequenties van traag en inadequaat handelen. Het risico is echter dat een dergelijke opstelling het beeld dat het UWV van de werkgever of werknemer heeft kan kleuren, hetgeen ongewenst is.

 

Toch zijn ook werkgevers, werknemers en bedrijfsartsen/arbodiensten debet aan de

trage gang van zaken. Het komt veel voor dat een verschil van mening wordt doorgeschoven naar het UWV uit een gebrek aan besluitvaardigheid of, gezien de soms complexe problematiek, ontoereikende kennis bij de betrokken partijen. Van het UWV wordt regelmatig een oordeel gevraagd bij problemen die partijen best zelf zouden kunnen en ook moeten oplossen. De procedure wordt dan niet gebruikt om het geschil te beslechten maar om het helder te krijgen of te zorgen dat een buitenstaander de verantwoordelijkheid voor de ongewenste beslissing voor zijn rekening neemt.

 

Veel aanvragen voor een Deskundigenoordeel missen ook de essentiële gegevens waardoor het UWV lange tijd nodig heeft gegevens te verzamelen. Zolang het verzoek om een Deskundigenoordeel niet compleet is, is er geen sprake van een aanvraag. De termijn van twee weken gaat pas lopen als de probleemstelling helder is. Zoals aangegeven kan de termijn ook worden opgeschort omdat de aanvraag moet worden aangevuld of wanneer de vertraging de aanvrager is aan te rekenen.

 

De werkgever, werknemer en arbodienst kunnen het tot stand komen van het oordeel dus ook zelf beïnvloeden. Zij moeten duidelijk maken of het Deskundigenoordeel als bedoelt in artikel 32 SUWI wordt gevraagd over;

  • ongeschiktheid tot werken,
  • aanwezigheid van passend werk,
  • re-integratie inspanningen werkgever, al dan niet eigen risicodrager of
  • re-integratie inspanningen van de werknemer?

 

Er dient tevens een heldere vraagstelling te zijn en een goed gedocumenteerd dossier met een goede rapportage over de “first opinion”. Een helder rapport van de bedrijfsarts en meestal ook een arbeidsdeskundige is dus onontbeerlijk. Voorts dient er duidelijkheid te zijn over zowel het standpunt van de werkgever, de werknemer als de bedrijfsarts/ arbeidsdeskundige en de bestaande tegenstellingen of onzekerheden.

 

Ontbreken de gegevens dan zal het UWV die gaan verzamelen en krijgen ze de ruimte de termijn van twee weken “op te rekken”. Ook kunnen ze het voorgelegde geschil naar eigen inzichten benoemen en beoordelen. Dat leidt nogal eens tot teleurstelling als het oordeel is gegeven en partijen geen antwoord hebben gekregen over het probleem waar het hen eigenlijk om ging.

 

Samengevat dient het UWV twee weken na ontvangst van een aanvraag, die met de juiste gegevens is onderbouwd, een Deskundigenoordeel te geven. Indien het UWV zich niet aan de termijn houdt is het systematisch indienen van –schriftelijke-  vragen en klachten de weg die openstaat om de beoordeling te bespoedigen. Dat heeft slechts dan kans van slagen als de werkgever, werknemer en de arbodienst/bedrijfsarts de aanvraag compleet hebben ingediend met een heldere probleemstelling.


Wet- en regelgeving
artikel 7:629, 629a en 660a, 658a en b van het Burgerlijk Wetboek
BW

Meer...

Literatuur
Stichting De Ombudsman
Het deskundigenoordeel: vrijwillig maar niet vrijblijvend, januari 2011
Stichting

Het deskundigenoordeel '(on)geschiktheid tot werken' kritisch beschouwd SR 2007, 80 D.J. Buijs, R.A. Heida
Meer...

Jurisprudentie op deze site

Deskundigenoordeel; een greep uit de jurisprudentie

   

Jurisprudentie op Rechtspraak.nl, LJN
Minder...




 
   
EINDE IN INIT_NORMAL()