Zoeken naar
 
 
 

Geen passend werk aanbieden; loon na 104 weken doorbetalen


De werkgever is op grond van artikel 7:58a verplicht de werknemer passend werk aan te bieden. Die verplichting is niet gebonden aan de eerste twee ziektejaren;

 

Artikel 7: 658a BW lid 1;

De werkgever bevordert ten aanzien van de werknemer die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is de bedongen arbeid te verrichten, de inschakeling in de arbeid in zijn bedrijf. Indien vaststaat dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht en in het bedrijf van de werkgever geen andere passende arbeid voorhanden is, bevordert de werkgever, gedurende het tijdvak waarin de werknemer jegens hem recht op loon heeft op grond van artikel 629, artikel 71a, negende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of artikel 25, negende lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de inschakeling van de werknemer in voor hem passende arbeid in het bedrijf van een andere werkgever.

 

en lid 2;

Uit hoofde van de uitoefening van zijn taak, bedoeld in lid 1, is de werkgever verplicht zo tijdig

mogelijk zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is, opdat de werknemer, die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is de bedongen arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten.

 

Dat betekent dat een werknemer ook passend werk kan vorderen van zijn werkgever als de termijn van 104 weken is verstreken. Een werknemer mag passend werk bij de werkgever opeisen en wanneer de werkgever in gebreke blijft kan hij loon vorderen op basis van 7: 628 BW, geen werk, toch loon, nu de verhindering voor rekening van de werkgever dient te komen. Bij volharding van de weigering van de werkgever zijn er dan de juridische stappen.

 

Het recht op loon bestaat vanaf het moment dat de werkgever het werk niet aanbiedt zonder daarvoor een deugdelijke grond te hebben. Het recht eindigt op het moment dat duidelijk is dat er geen passend werk voorhanden is.

 

Als een werknemer zijn aanbod in algemene zin doet hoeft dat niet direct een probleem te zijn. Op het aanbod passend werk te verrichten moet de werkgever reageren met een onderzoek naar de mogelijkheden. De werkgever blijft in gebreke vanaf het moment dat hij zonder deugdelijke grond geen onderzoek instelt. De werknemer kan vanaf dat moment een loonvordering instellen.

 

Was in het verleden nog een grote bewijslast bij de werknemer gelegd als het ging om de hoogte van die loonwaarde, uit de jurisprudentie volgt nu dat de rest verdiencapaciteit die bij de WIA beoordeling is vastgesteld een belangrijke aanwijzing kan zijn als de werknemer zijn looneis onvoldoende heeft kunnen/kan ondersteunen.

 

Aan de verdere invulling van de verplichting van de werkgever ten aanzien van het aanbieden van passend werk is aandacht besteed in de artikelen over Re-integratie.


Wet- en regelgeving
Meer...

Literatuur
Passende arbeid na 104 weken, door F.G. Laagland en C.W.G. Rayer TRA 2010, 24
te koop via recht.nl

Uitval uit passende arbeid LJN AX2216 Sociaal Recht 2007/43, noot van P.S. Fluit
op internet
Meer...

Jurisprudentie op deze site

de duur van de loonbetalingsverplichting; een greep uit de jurisprudentie

                     

Jurisprudentie op Rechtspraak.nl, LJN
Minder...

JAR, Jurisprudentie via SDU, alleen via een abonnement
...
Meer...



 
   
EINDE IN INIT_NORMAL()